HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Perceel, kavel en gebouw

Wanneer we vanaf het buurtniveau verder inzoomen op het stedelijk weefsel stuiten we op typen openbare ruimten die al eerder in deze rubriek besproken zijn. Tussen die openbare ruimten liggen natuurlijk de private delen van de stad, en daar kijken we de komende columns naar.

Met het woord privaat werd vroeger ook het 'toilet' aangeduid; het is immers de meest 'afgezonderde' plek in het huis, en dat is precies de betekenis van het Latijnse bronwoord prīvātus. Via het Frans gaat ook ons privé daarop terug. In de stedebouw zijn beide woorden synoniem met particulier, een woord dat oorspronkelijk 'een individu of deel betreffend' betekende en via het Frans teruggaat op Latijn particularis, bij particula 'deeltje' (het verkleinwoord van pars 'deel').

Datzelfde particula ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot particella en kreeg in het Frans als parcelle voor het eerst een juridische betekenis. In het Nederlands werd het ontleend als perceel 'stuk grond', later ook 'gebouwd eigendom'.

Een woord dat tegenwoordig een overeenkomstige betekenis heeft is kavel. Dit erfwoord heeft zich ontwikkeld uit het Germaanse kabla, dat oorspronkelijk 'stokje' betekende en omdat men die in verschillende lengten gebruikte bij lotingen later 'lotstaafje' en 'lot'. Met name nieuwe ontginningen werden op die manier verkaveld (letterlijk 'verloot'), en zo kon kavel qua betekenis veranderen in '(door loting verkregen) stuk grond'.

Op de private delen van de stad vinden we meestal gebouwen. Dit woord is uiteraard een samenstelling van ge- en bouwen, en betekent dus 'wat gebouwd is'. In de middeleeuwen kon het echter ook nog algemener 'woonplaats' betekenen, en daarin klinkt de oude betekenis van het werkwoord bouwen door. Het huidige 'construeren' is namelijk voortgekomen uit 'bouwen om er te gaan wonen', 'wonen', 'op één plek zijn' en uiteindelijk 'zijn'. Niet voor niets is de Germaanse grondvorm buwan verwant met de binnen het werkwoord zijn afwijkende vormen ben en bent.

Stedelijk Interieur, 2012, nr. 1.

Terug naar columns