HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Blok, strook en stempel

De gebouwen op de private gronden van de stad kunnen we in verschillende groeperingen bij elkaar aantreffen: van een aaneengesloten tot een open verkaveling.

In binnensteden vormen de gebouwen samen meestal een gesloten blok tussen de straten. Het woord blok is een bijzonder geval, omdat er twee Germaanse vormen in lijken te zijn samengevallen. Net als het Duitse Block gaat het in eerste instantie terug op biloke 'omsloten stuk grond' (verwant met beloken 'gesloten'), maar is het vervolgens beïnvloed door blukna, dat 'balk' of 'stuk' betekent. Een bouwblok is eigenlijk ook beide: een omheind stuk grond met balkvormige bouwsels erop. Het woord blok in de betekenis 'aantal aaneengesloten huizen' werd al gebruikt door Simon Stevin (gepubliceerd in 1620).

Als we uitgaan van de betekenis 'omsloten' is het niet verwonderlijk dat een bouwblok een duidelijke grens kent tussen de openbare en de private ruimte. Toch ontstonden in uitbreidingen van rond 1930 naast gesloten (van Germaans slūtan) ook halfopen en open (van Germaans upana) bouwblokken. Hierbij werden een of meerdere korte zijden open gelaten. Op die manier kon er meer licht en lucht doordringen in het blok en waren de hoekoplossingen minder problematisch. Wel vervaagde de grens met de openbare ruimte: iedereen kon vanaf de straat naar binnen kijken.

Door de oriëntatie van de lange zijden te veranderen ontstond een nieuw type: de strook. Dit woord is afgeleid van het met strijken verwante werkwoord stroken in de verouderde betekenis 'langs iets strijken, aan iets grenzen'.

In de naoorlogse woonwijken werden stroken vaak gecombineerd tot geometrische composities die we stempels noemen, omdat ze meerdere malen herhaald werden om zo buurten en wijken te vormen. Tegenwoordig betekent stempel dan ook 'patroon', maar oorspronkelijk alleen 'waarmee gestempeld wordt, stamper'. Het is namelijk afgeleid van het werkwoord stampen, met het achtervoegsel -el dat duidt op werktuignamen (bijvoorbeeld schoffel bij schuiven): heel toepasselijk voor dit gereedschap van de modernisten.

Stedelijk Interieur, 2012, nr. 2.

Terug naar columns