HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

De expressionistische gevel

Het veelvuldig gebruik van neostijlen had ervoor gezorgd dat de ontwikkeling van de architectuur in de negentiende eeuw min of meer stil was blijven staan. Rond 1890 ontstond er dan ook niet voor niets een stroming die wel 'nieuwe kunst' genoemd wordt.

Dit keer werd niet een bepaald historisch tijdvak als inspiratiebron gebruikt, maar de vanaf 1850 in Engeland ontstane interesse in ambachtelijke producten – als tegenreactie op de Industriële Revolutie. Het woord ambacht is ontleend aan het Keltische ambiaktos 'dienaar' en ging later 'handmatig uitgeoefend beroep' betekenen (maar ambt 'hoge functie' gaat via het Duits terug op hetzelfde woord!). De focus op bijzonder gedetailleerde kunstnijverheidsproducten leidde in de architectuur (maar bijvoorbeeld ook in grafische ontwerpen) tot een zwierige, asymmetrische stijl, gebaseerd op vormen uit de natuur.

In Frankrijk werd deze art nouveau genoemd en in Duitsland Jugendstil. De naam art nouveau gaat terug op de in 1895 geopende Parijse kunsthandel Salon de l'Art Nouveau. De Jugendstil is genoemd naar het in 1896 opgerichte tijdschrift Die Jugend. Terwijl in andere Europese steden als Brussel, Parijs, Barcelona en Riga het ene na het andere pand verrees, bleef de verspreiding van deze stijlen in Nederland vrij beperkt. Toch zijn ook hier prachtige woonhuizen en winkelpuien te vinden met de kenmerkende gebogen kozijnen en bloemmotieven.

Ook de architectuur van H.P. Berlage wordt soms tot de art nouveau gerekend, maar eigenlijk is die daar te sober en te rationeel voor. Dat rationalisme (van Latijn ratiō 'rede') zorgde in combinatie met de weelderige art nouveau echter wel voor de typisch Nederlandse Amsterdamse School (uiteraard genoemd naar de stad waar deze dankzij de vriendjespolitiek van de Schoonheidscommissie kon floreren). In deze bouwstijl verrezen vanaf 1916 zeer veel gevels, die worden gekenmerkt door een sculpturale vormentaal van rode, gele of bruine baksteen en bijzondere raampartijen. Centraal staan de ritmiek (via Latijn van Grieks rhuthmós, bij rheĩn 'stromen') en combinaties van rechte vlakken met cilindervormen (via Latijn van Grieks kúlindros, bij kulíndein 'voortrollen').

Internationaal wordt de Amsterdamse School soms geschaard onder de art deco, een geometrische variant van de art nouveau. De naam art deco werd in 1968 gemunt door de Amerikaanse kunsthistoricus Bevis Hillier, op basis van de in 1925 gehouden Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes.

Al deze stijlen kunnen worden samengebracht onder de noemer expressionisme. Ze willen immers duidelijk 'uitdrukking' (in het Frans expression, ontleend aan Latijn expressiō 'uitpersing') geven aan een bepaalde gedachte of gevoel, in plaats van oude vormen klakkeloos kopiëren.

Herenhuis, 2012, nr. 2.

Terug naar columns