HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Het kleinste kamertje

Door de eeuwen heen zijn er talloze namen gegeven aan het kleinste kamertje. Opvallend is dat alle benamingen een verhullend karakter hebben.

Dat begon al in de late middeleeuwen met het privaat. Dit bestond meestal uit een houten deksel met daaronder een loden trechter ten behoeve van de stankafsluiting. Het woord privaat betekende eigenlijk 'kamer om zich in terug te trekken', want het is ontleend aan het middeleeuws-Latijnse privata, een verkorting van privata camera.

Dat het niet altijd een kamer was maar ook een stiekem gat in een bank of een kast kon zijn, tonen de woorden stilletje en (geheim) gemak. Dat laatste woord betekent letterlijk 'dat wat past in het geheel', waaruit de betekenis 'behoefte' ontstond.

Waarschijnlijk was dit een iets te letterlijke aanduiding, want in de zeventiende eeuw begon men de verhullende Latijnse term secreet 'geheim' te gebruiken, die men minder associeerde met de praktijken die er plaatsvonden.

In de negentiende eeuw raakte vervolgens het woord plee in omloop. Dat woord klinkt nu vrij plat, maar in eerste instantie was het juist erg deftig. Het is namelijk een verkorting van plètie, de vernederlandste versie van het Franse plaît-il '(wat) belieft u'. Met deze vraag wees men in chique Franse huizen de gasten het privaat, omdat men niet wilde verwijzen naar de aard van de bestemming.

Dat was misschien maar goed ook, want we moeten niet vergeten dat er tot in de negentiende eeuw niet werd doorgespoeld met water. De ontlasting werd opgevangen in een beerput en vaak als mest (de betekenis van beer) verkocht aan boeren.

Hierdoor werd de introductie van het privaat met waterspoeling lange tijd tegengehouden, al was dat al in 1596 in Engeland uitgevonden. Het kreeg dan ook een Engelse naam: watercloset, meestal gebruikt in de verhullende afkorting wc. Het tweede deel van de samenstelling betekende in het Engels al 'privaat' en 'kamertje, kast'. Het is ontleend aan het Oudfranse closet, een verkleinwoord van clos 'omheind stuk grond', dat net als ons woord klooster teruggaat op het Latijnse claudere '(af)sluiten'.

Net als de wc deed ook het toilet zijn intrede aan het eind van de negentiende eeuw. Het woord was al eerder ontleend in de betekenis 'doek van fijn linnen', als verkleinwoord van toile 'linnen', dat teruggaat op het Latijnse texere 'weven' – denk aan het woord textiel. Omdat fijn linnen vaak over kaptafels werd gelegd, kon de naam hierop overgaan en zelfs op de hele kleedkamer waar ze in stonden. Omdat die kamertjes vaak over stromend water en een privaat beschikten, kon toilet uiteindelijk eufemistisch gebruikt worden voor 'privaat' of 'wc'.

Herenhuis, 2012, nr. 4.

Terug naar columns