HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Huis, tuin en carport

Na de grote woongebouwen van de vorige keer is nu het meest voorkomende woongebouw aan de beurt, de eengezinswoning en zijn directe omgeving.

In de samenstelling eengezinswoning zien we het woord gezin, dat aanvankelijk 'reisgezelschap, hofhouding' betekende. Het is een afleiding met het collectieve ge- van een vorm van zenden, in de oorspronkelijke betekenis 'op reis (doen) gaan'.

De bekendste aanduiding van een eengezinswoning is uiteraard het alledaagse woord huis. Net als het Duitse Haus en het Engelse house komt dit van het Germaanse hūsa, dat hoort bij een oude Indo-Europese vorm die 'bedekken, omhullen' betekende en waarbij ook hut en huid horen. Ook dat laatste woord is immers een soort 'omhulsel'.

Achter en soms ook voor het huis ligt meestal een tuin. Terwijl we daar tegenwoordig een 'omheind grasveld' mee bedoelen, was de oorspronkelijke betekenis juist de 'omheining' zelf. Dat is nog goed te zien aan de direct verwante woorden Zaun 'omheining' in het Duits en town 'stad' in het Engels.

Het woord omheinen zelf is een samentrekking van omhegenen, dat voortkomt uit de Germaanse vorm hag 'omheining'. Die vorm is op zijn beurt verantwoordelijk voor de woorden haag en heg en de variant hek, inderdaad allemaal soorten 'omheining', met inmiddels enigszins variërende betekenissen.

In de tuin vinden we tot slot vaak kleine bijgebouwen. Een oud voorbeeld is de schuur, een woord dat met een extra s- teruggaat tot dezelfde vorm als huis met de betekenis 'bedekken, omhullen'. Ongeveer 100 jaar oud is in het Nederlands het Franse leenwoord garage, dat echter teruggaat op het Germaanse warōn 'beschermen' (ons woord bewaren).

De meest recente toevoeging aan de tuin is de uit Amerika afkomstige carport, waarin we twee oorspronkelijk Latijnse woorden herkennen: carrus 'wagen' (ons woord kar) en portus 'haven, schuilplaats' (het verouderde Nederlandse woord poort '(haven)stad') – en waarschijnlijk dus niet het Latijnse porta 'doorgang' (ons woord poort).

Stedelijk Interieur, 2012, nr. 4.

Terug naar columns