HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Bestrating

Na enkele uitstapjes naar de private onderdelen van de stad keren we nu terug naar de openbare ruimte, in het bijzonder de materialisering en inrichting daarvan, te beginnen met de bestrating.

Al in de Oudheid werden de meest gebruikte openbare ruimten verhard of geplaveid. Het Latijnse woord hiervoor was strātum, het verleden deelwoord van sternere 'plaveien, (be)strooien', waaraan we via via strāta 'geplaveide weg' het woord straat hebben ontleend.

Het woord plaveisel zelf laat goed zien hoe de vroegste verhardingen eruitzagen. Via het Franse paver gaat het namelijk terug op het Latijnse pavīre 'aanstampen'. In de Oudheid werd er ook al bestraat met steen, een erfwoord dat letterlijk 'hard geworden' betekent. In Europese steden gebeurde dat later vooral met natuurstenen keien, oorspronkelijk 'wigvormige stenen' (het hangt samen met kegel). Met name in België gebruikt men hiervoor ook het woord kassei, dat via het Franse cauchie teruggaat op het Latijnse via calciata, letterlijk 'met kalk bestrate weg'.

Omdat keien slecht beloopbaar waren, werden langs de huizen vaak stroken bestraat met gebakken klinkers, die genoemd zijn naar het helder klinkende geluid dat te horen is als men op de steen klopt. Vanaf 1800 deed het verhoogde trottoir zijn intrede en in het begin van de twintigste eeuw werd hiervoor door de gemeente Amsterdam een speciale tegel van 30 bij 30 centimeter ontwikkeld. Het woord tegel is echter al heel oud, want het is in de Romeinse tijd ontleend aan het Latijnse tēgula 'gebakken steen', oorspronkelijk 'dakpan', een afleiding van tegere 'bedekken'.

In de vorige eeuw perfectioneerde men tevens het asfalt, of eigenlijk asfaltbeton, een combinatie van gesmolten teer uit aardolie en grind. Asfalt, van Grieks ásphaltos 'niet omver te werpen' (het werd gebruikt bij stadsmuren), betekende oorspronkelijk 'aardpek, bitumen', en dat geldt ook voor beton, dat via het Frans zelfs rechtstreeks teruggaat op het Latijnse bitūmen.

Stedelijk Interieur, 2012, nr. 5.

Terug naar columns