HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Komt u verder

Tussen 1600 en 1800 kregen met name de chique woonhuizen steeds meer aparte kamers. In voorname kringen moesten gasten naar Frans voorbeeld vaak verschillende vertrekken door, voordat ze aankwamen bij de heer des huizes.

Bij de deur begon dat meteen met het portaal. Dit woord was al in de dertiende eeuw ontleend aan het Franse portal (tegenwoordig portail), een afleiding van porte, dat net als ons poort teruggaat op het Latijnse porta 'doorgang'. Portaal kon zowel 'poort' als 'voorhof' betekenen. In woonhuizen duidde het de 'deurnis' aan of de ruimte direct achter de deur (denk aan het huidige tochtportaal).

Die laatste betekenis gold ook voor twee andere Franse leenwoorden die ons in de zeventiende en achttiende eeuw bereikten, respectievelijk entree en vestibule. Het woord entree kwam via het Franse werkwoord entrer, eerder intrer, van het Latijnse intrāre 'binnenkomen'. Ook vestibule gaat terug op het Latijn, maar in die taal heeft het woord vestibulum een onduidelijke herkomst. Misschien was het oorspronkelijk de benaming van de voorhof van boerderijen waar de huisdieren werden gevoederd. Het zou dan teruggaan op een vorm die 'voederen' betekent, plus het achtervoegsel -bulum 'plek'.

Vestibule is in ieder geval niet verwant met vestiaire, want dat woord gaat opnieuw via het Frans terug op het Latijnse vestiarium 'kleedkamer', een afleiding van vestis 'kleding' (waarvan ons vest komt). Het komt qua betekenis tegenwoordig overeen met garderobe. Dat Franse woord is opvallend genoeg samengesteld uit twee Germaanse (Frankische) vormen. Robe 'gewaad, kledingstuk' komt van rauba 'geroofde buit, buitgemaakte kleding' en garder 'bewaren' van wardōn 'bewaken'. Die laatste ontlening laat zien dat bij Frankische leenwoorden in het Frans de w- via gw- overgegaan is in g-, zoals ook bij guerre 'oorlog' uit war 'wanorde'.

Wanneer de gasten hun overkleding hadden uitgedaan, konden ze plaatsnemen in een speciaal ingerichte wachtkamer, de antichambre. Hier zien we niet het oorspronkelijk Griekse voorvoegsel anti- 'tegen', maar een vorm die naar Italiaans voorbeeld is samengesteld uit het Latijnse ante- 'voor' en camera 'kamer'.

Na het antichambreren in de 'voorkamer' waren de gasten uiteindelijk welkom in de grote ontvangkamer of zaal. Met een Frans woord werd deze in de zeventiende eeuw ook wel salet genoemd. Vreemd genoeg is het Franse salette juist een verkléínwoord van salle, dat ontleend is aan het Frankische sal, ons zaal. De vorm met het vergrotingsachtervoegsel -on raakte iets later in zwang, in de loop van de achttiende eeuw, maar is nog steeds in gebruik: salon.

Herenhuis, 2012, nr. 6.

Terug naar columns