HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Beplanting

Naast bestrating is beplanting of groen een tweede onderdeel van de materialisering en inrichting van de openbare ruimte.

De kleurnaam groen komt in alle Germaanse talen in vergelijkbare vormen voor en bestond in de dertiende eeuw al verzelfstandigd in de betekenis 'gewas'. Groen gaat terug op een vorm met de betekenis 'groeien', uit een onbekende voor-Indo-Europese taal van voor 2000 voor Christus, een zogenoemde substraattaal (letterlijk 'van onder het (Indo-Europese) plaveisel').

'Gewas' is ook de betekenis van het woord plant, dat ontleend is aan het Latijnse woord planta. Dit woord kon zowel 'plant' als 'voetzool' betekenen, als afleiding van het werkwoord plantāre 'in de grond stoppen', letterlijk 'een kuiltje met de voet maken'. Ons planten komt van ditzelfde werkwoord en beplanten betekent letterlijk 'voorzien van planten' (vergelijk beglazen).

In de openbare ruimte zijn de meest opvallende planten uiteraard bomen, eveneens een substraatwoord. Ook de meeste boomnamen zijn substraatwoorden en dat is ook niet vreemd als we bedenken dat de inheemse boomsoorten hier al voorkwamen voordat de Indo-Europeanen onze streken bereikten. Voorbeelden zijn den, eik, iep, els en wilg. De bekende boomnamen beuk en berk zijn echter Indo-Europees, met als grondbetekenissen 'met eetbare vruchten' en 'helder, wit' (de kleur van de stam).

Iets kleinere planten worden struiken of heesters genoemd, in feite 'bomen zonder stam'. Heester is van oorsprong opvallend genoeg een samenstelling, uit de Germaanse vormen hais, dat mogelijk zoiets betekent als 'kappen', en tre 'boom' (waaruit het Engelse tree is voortgekomen). Struik is waarschijnlijk verwant met star en betekende dan aanvankelijk 'stijf uiteinde', in het bijzonder 'boomstronk'. De bekendste struiknamen zijn weer substraatwoorden, zoals hazelaar en vlier.

De kleinste planten in de openbare ruimte zijn bloemen, ook een woord dat in alle Germaanse talen voorkomt (al betekent het Engelse bloom 'bloesem'), en gras. Dat laatste is opnieuw een substraatwoord, dat – niet toevallig – direct verwant is met groen, en dus ook met de bronvorm van groeien.

Stedelijk Interieur, 2012, nr. 6.

Terug naar columns