HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Het uiterlijk van het interieur

Tussen 1400 en 1900 kregen luxe woonhuizen steeds meer kamers, die meestal op Franse voorbeelden geïnspireerd waren. Tegelijkertijd veranderde in deze periode ook het interieur van uiterlijk. Het woord interieur kwam in de zeventiende eeuw in het Nederlands terecht vanuit het Frans. In die taal gaat intérieur, letterlijk 'het binnenste', terug op het Latijnse interior, de vergrotende trap van inter 'binnenin, tussen'.

De middeleeuwse woningen waren altijd erg donker geweest en tot in de zeventiende eeuw werden kamers vaak in donkere tinten geschilderd. Daarna onderging het interieur van dure huizen echter een complete metamorfose. Daarbij was een belangrijke trendsetter de in 1686 uit Frankrijk gevluchte Daniel Marot.

In navolging van zijn ontwerpen werden er allereerst plafonds aangebracht, waardoor de balkenlagen uit het zicht verdwenen. Het woord plafond is ontleend aan het Frans en komt van platfond 'plat vlak'. Ook de muren werden nu vaak bekleed. Ze kregen een plint, opnieuw een Frans leenwoord dat oorspronkelijk een 'brede stenen strook' aanduidde, bijvoorbeeld van marmer, en pas in de negentiende eeuw een 'houten latje langs de vloer'. De muurbekleding kon ook van hout zijn, bij de zogenaamde lambrisering. Ook dit woord is uit het Frans overgenomen, via het werkwoord lambrisser 'met een houten strook versieren'. Dat gaat waarschijnlijk terug op het Volkslatijnse werkwoord lambruscare 'versieren met wijnranken' – denk aan de wijnsoort Lambrusco.

De rest van de muur werd, net als de vloer, oorspronkelijk bekleed met tapijten. Ook tapijt is ontleend aan het Frans, in dit geval al in de middeleeuwen aan het Oudfranse tapit (Nieuwfrans tapis), dat uiteindelijk teruggaat op het Griekse tapḗtion 'bekleding'. Vanaf 1750 werden de muren ook voorzien van behang, in de vorm van goudleer of papier dat inderdaad letterlijk werd 'opgehangen' (en dus niet geplakt) aan houten latten die tegen de muur bevestigd waren. Door de extra luchtlaag werkte het behang namelijk isolerend. Ook konden het plafond en delen van de muren bekleed worden met stuc, opnieuw een Frans leenwoord. Het Franse woord stuc 'pleisterkalk' is ontleend aan het Italiaans stucco, een Germaans leenwoord dat samenhangt met ons woord stuk in de betekenis 'brok'.

In chique kamers werd de vloer voorzien van parket. Het woord parket bestond al sinds de vijftiende eeuw in het Nederlands, in de betekenis 'afgesloten ruimte, vak'. Het is ontleend aan het Franse parquet, een verkleinwoord van parc, waaraan we park te danken hebben. Vanaf de zeventiende eeuw werd parquet ook gebruikt voor een 'ingelegde houten vloer'.

Herenhuis, 2013, nr. 2.

Terug naar columns