HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Straatmeubilair 3

Zoals we eerder zagen bevinden zich in de openbare ruimte verschillende soorten meubilair (via het Frans van het Laatlatijnse res mobiles 'onroerende goederen'). Behalve bankjes, straatlantaarns en allerlei borden, komen we er ook specifieke objecten tegen, die samenhangen met openbare voorzieningen.

Bekende voorbeelden zijn de brievenbus en – in steeds mindere mate – de telefooncel. In het eerste woord zien we twee vroege ontleningen aan het Volkslatijn, de taal van de Romeinse soldaten en kooplieden, namelijk aan breve, letterlijk 'kort (schrijven)', en buxis 'doos'. Ook het woord cel komt uit het Latijn, waar het 'klein vertrek' betekent. Telefoon is een internationale nieuwvorming op basis van de Griekse woorden tẽle 'ver' en phōnḗ 'klank'.

Terwijl de telefooncel langzaam uit het straatbeeld verdwijnt, zien we wel steeds vaker kunst in de openbare ruimte. Dit woord is afgeleid van het werkwoord kunnen en betekende oorspronkelijk alleen 'vaardigheid'. De huidige betekenis stamt uit de vijftiende eeuw.

Waar kunst soms klein en soms groot van formaat is, staan er ook architectonische objecten in de openbare ruimte die bijna te groot zijn om door te gaan voor meubilair. Voorbeelden zijn de abri en de kiosk, twee woorden uit het Frans. Abri is afgeleid van abrier 'beschermen'; het is dus een 'schuilplaats' en niet voor niets eveneens de benaming voor een rotswoning. Kiosk heeft een lange weg afgelegd: via het Franse kiosque, het Italiaanse chiosco en het Turkse köşk gaat het terug op het Perzische kōšk 'paviljoen'.

Twee andere gebouwtjes zijn het openbare toilet en het transformatorhuisje. In het Frans was toilette oorspronkelijk 'fijn linnen' dat over kaptafels werd gelegd. Later ging het woord over op de ruimte waar zo'n tafel in stond en waar zich nog later vaak een 'wc' bevond. Het woord transformator gaat terug op het Latijnse werkwoord trānsfōrmāre 'omvormen'. Beide gebouwtjes zitten letterlijk vast aan de nutsvoorzieningen, in dit geval aan ondergrondse netwerken – het onderwerp van de volgende aflevering.

Stedelijk Interieur, 2013, nr. 4.

Terug naar columns