HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Onder de grond 4

In deze laatste aflevering over nutsvoorzieningen of 'middelen voor het algemeen belang' staan we stil bij de toenemende hoeveelheid kabels die bedoeld zijn voor het uitwisselen van informatie. Dat woord betekende oorspronkelijk overigens 'instructie, voorstelling'. Het gaat via het Frans terug op het Latijnse īnfōrmātiō, letterlijk 'dat wat in vorm gebracht is'.

De oudste kabels voor informatie zijn die van de rond 1835 uitgevonden elektrische telegraaf. Dat woord betekent letterlijk 'ver-schrijver', want het is gevormd uit het Griekse tẽle 'ver' en de stam van het werkwoord gráphein 'schrijven'.

Eind negentiende eeuw nam de invloed van de telegrafie af door de komst van de telefoon, zoals we eerder zagen een internationale nieuwvorming met het Griekse phōnḗ 'klank'. In 1892 hadden nog maar 4.000 mensen telefoon, in 1915 waren dat er al 75.000 en werd er meer gebeld dan dat er telegrammen werden verzonden.

In dezelfde periode werd in combinatie met het Latijnse vīsiō 'het zien' al het woord televisie bedacht, voor het destijds theoretische systeem van het over afstand verzenden van beeld. In de jaren twintig volgde het woord radio, dat teruggaat op het Latijnse radius 'straal'.

Voor de ontvangst van radio en televisie ontstond in de jaren vijftig op de daken een woud van antennes, een woord dat via het Frans teruggaat op Latijn antenna 'ra, dwarshout'. Daarom werden er al snel centrale antenne-inrichtingen (CAI) aangelegd, met naar de huishoudens lopende coax(iale )kabels (wat duidt op de twee concentrische geleiders met 'samenvallende as').

Rond 1990 deed glasvezel zijn intrede in de openbare ruimte. Dit is een leenvertaling van het Engelse glass fibre, waarvan het laatste woord via het Frans teruggaat op Latijn fibra 'vezel'. Door deze kabels kunnen veel grotere hoeveelheden informatie over een langere afstand worden verstuurd. Daarom worden er steeds meer onder het maaiveld aangelegd, natuurlijk vooral voor de verbinding met internet.

Stedelijk Interieur, 2014, nr. 3.

Terug naar columns