HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Openbare gebouwen

Behalve horeca en religieuze bouwwerken zijn er uiteraard nog meer gebouwen met een publiek karakter, waarvan het interieur vaak doorloopt in de openbare ruimte.

Een eerste groep wordt gevormd door gebouwen van de gemeente, een woord dat letterlijk het 'gemeenschappelijke' betekent en daaruit 'burgerij' of 'geloofsgemeenschap'. Tegenwoordig spreken we wel over het gemeentehuis, maar in de middeleeuwen kwamen alleen de samenstellingen raethuus (raadhuis) en stedehuus (stadhuis) voor. In het eerste woord zien we raad 'advies(orgaan)', een afleiding van het werkwoord raden, destijds de gewone vorm voor 'aanraden'.

Dergelijke gebouwen beschikken over een publieke hal, een woord dat oorspronkelijk 'overdekte ruimte' betekende, en datzelfde geldt voor een station. Dit negentiende-eeuwse woord is ontleend aan het Frans en betekent letterlijk 'standplaats, stilstaan', bijvoorbeeld bij een religieuze processie.

De direct aan de openbare ruimte grenzende hal zien we meestal ook in een bibliotheek. Dit woord is in de late middeleeuwen ontleend aan het Frans, maar het gaat via het Latijn terug op het Griekse bibliothḗkē, gevormd uit biblíon 'boek' en thḗkē 'bewaarplaats'.

Voor een andere categorie gebouwen moet je een kaartje kopen om plaats te mogen nemen in de zaal, een woord dat oorspronkelijk 'woning' en 'grote ruimte' betekende. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een theater, eveneens een woord dat via het Frans en het Latijn uit het Grieks stamt, in dit geval théātron, bij het werkwoord theâsthai 'aanschouwen' – vandaar ook de zeventiende-eeuwse leenvertaling schouwburg (met burg in de betekenis 'gebouw'). Andere voorbeelden zijn de concertzaal (met concert, dat via het Frans teruggaat op het Italiaanse concerto, letterlijk 'overeenstemming') en de bioscoop, waaraan de Griekse woorden bíos 'leven' en skopeĩn 'kijken' ten grondslag liggen.

Ook deze laatste gebouwen beschikken over een ruimte met een publiek karakter: de foyer, oorspronkelijk de enige verwarmde ruimte. Het Franse leenwoord gaat dan ook terug op het Latijnse focus 'haard'. Het is inderdaad het centrale 'brandpunt' van dit soort gebouwen, dat via grote deuren of balkons direct met de openbare ruimte verbonden is.

Stedelijk Interieur, 2015, nr. 3.

Terug naar columns