HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Stedelijk interieur

Sinds 2007 heb ik 41 columns geschreven over de herkomst van begrippen die te maken hebben met het ontwerp en beheer van de openbare ruimte, oftewel het stedelijk interieur. Precies die woorden komen aan bod in deze laatste aflevering.

Ontwerpen is om te beginnen een laat-middeleeuwse leenvertaling van het Latijnse prōicere 'voorstellen', letterlijk 'vooruitwerpen', waarvan via het verleden deelwoord prōiectum ook ons woord project komt. Ont- duidt hier dus op een verwijdering, net als bij ontnemen.

Beheren stamt eveneens uit de late middeleeuwen en is gevormd uit be- 'bij' en heer 'belangrijk man'. Het betekent dus letterlijk 'bij een heer brengen', en daarmee 'heer over iets zijn, besturen'.

Ruimte is uiteraard gevormd uit het bijvoeglijk naamwoord ruim 'wijd' met het achtervoegsel -te. Openbaar zit echter ondoorzichtiger in elkaar. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het geen afleiding met -baar, zoals vruchtbaar, letterlijk 'vruchtdragend', of dierbaar, letterlijk 'kostbaar'; woorden die de klemtoon op de eerste lettergreep hebben. Openbáár is gevormd uit open en baar 'bloot' en betekende aanvankelijk 'voor iedereen zichtbaar', en daaruit ontstond 'voor iedereen van belang'. In die betekenis is het synoniem aan publiek, dat echter een andere herkomst heeft: het komt via het Frans van het Latijnse pūblicus 'van het volk', gevormd bij populus 'volk'.

Ook interieur 'binnenruimte' gaat via het Frans terug op het Latijn, in dit geval op interior 'het binnenste', eigenlijk de vergrotende trap van inter 'binnenin, tussen'. Door het woord te combineren met stedelijk wordt dus benadrukt dat de stad als een samenhangende verzameling van 'open binnenruimten' ontworpen kan worden. In het woord stedelijk zelf zien we tot slot een oude nevenvorm van stad, die oorspronkelijk in algemene zin 'plaats, plek' betekende.

In die betekenis is het waarschijnlijk ook zichtbaar in stedebouw, dat bestaat naast stedenbouw (waarschijnlijk een Duitse leenvertaling). Misschien wijst de eerste variant er wel op dat Nederlandstalige stede(n)bouwkundigen zich met meer schaalniveaus wensen bezig te houden dan met de stad alleen. De discipline is dus in ieder geval niet zomaar te vertalen met urbanism(e).

Stedelijk Interieur, 2015, nr. 4.

Terug naar columns