HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

De laan

Wonen aan een laan is tegenwoordig een stuk chiquer dan wonen in een straat. In de gemiddelde Vinex-wijk zijn dan ook meer lanen te vinden dan straten, ook al valt de hoeveelheid groen vaak vies tegen.

Oorspronkelijk had het woord laan helemaal niet zo'n positieve lading. De herkomst ervan is onduidelijk, maar het komt ook in andere talen rond de Noordzee voor. In Nederland moeten we die geografische verspreiding vrij letterlijk nemen, want tot 1600 bestond het woord alleen in Holland en West-Vlaanderen. Laan betekende destijds 'zijweg, gericht op een eindbestemming'; een betekenis die nog herkenbaar is in het woord oprijlaan en de uitdrukking iemand de laan uitsturen.

Pas in de zeventiende eeuw kwam de betekenis 'weg met bomen' op en werd het woord gebruikt voor de informele paden met bebouwing die in dezelfde eeuw door speculanten net buiten de stadsmuren werden aangelegd. Daar ontstonden lanenkwartieren, zelfstandige 'republiekjes' met buitenverblijven en bedrijvigheid, en een beperkte toegankelijkheid voor stedelingen.

Het is dan ook niet verwondelijk dat dergelijke lanen tijdens de verstedelijking van dit soort gebieden in de negentiende eeuw gauw werden omgedoopt tot straten. De configuratie – een stedelijk profiel met een landelijke uitstraling door bomen, groene bermen en soms hagen en voortuinen – werd door ontwerpers echter maar al te graag overgenomen in nieuwe wijken. Die nieuwe, deftige lanen gaven het woord rond 1900 zijn huidige bijklank.

Sindsdien wordt het woord ook wel gebruikt voor brede, monumentale straten – zoals de Laan van Meerdervoort in Den Haag, met 6 kilometer de "langste laan van Europa". Hiervoor is de benaming boulevard eigenlijk meer op zijn plaats, waarover meer in de volgende editie.

Stedelijk Interieur, 2008, nr. 2.

Terug naar columns