HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

De boulevard

Brede, monumentale straten noemen we met een aan het Frans ontleend woord boulevard. Het Frans heeft het woord op zijn beurt echter ontleend aan het Nederlands.

Voor die ontlening moeten we terug naar de vestingbouw van de late middeleeuwen. Kastelen kenden al langer bolvormige uitbouwen vanwaaruit men de vijand onder vuur nam en analoog hieraan werden de uitbouwen in een vesting ook wel bolwerc genoemd. Omdat fortificatieontwerpen gretig gekopieerd werden, namen het Frans en het Nederlands elkaars woorden over: het Nederlands het woord bastion en het Frans het woord bolwerc, als bollewerc, dat later werd verbasterd tot bollevart en boulevard.

In Frankrijk kregen de bolwerken vervolgens ook een recreatieve functie. Op de verdedigingswallen waren al eerder bomen geplant en daaronder was het natuurlijk heerlijk flaneren, met uitzicht op het ommeland. Toen de Parijse wallen in 1670 werden geslecht, werden ze dan ook veranderd in ruim 30 meter brede wegen, met aan weerskanten wandelpromenades en bomen.

Deze grands boulevards stonden in de negentiende eeuw model voor de grote ingrepen van stadsarchitect Georges-Eugène Haussmann. Hij voorzag het centrum van Parijs tussen 1850 en 1870 van talloze nieuwe boulevards, in verschillende soorten en maten. Wat telkens terugkeerde was een breed profiel dat ruimte bood aan doorgaand verkeer, voetgangers en bomenrijen.

Die ruimtelijke configuratie werd tezamen met de naam in veel Europese landen overgenomen. Zelfs Moskou kent een parkachtige bulvar die om het centrum heen loopt. Ook de boulevards in Brussel zijn beroemd, al heten die in het Nederlands laan. In Nederland is de brede boulevard nooit echt aangeslagen. In het hedendaagse spraakgebruik denken we bij het woord dan ook vooral aan een wandelpromenade langs zee. Of aan de troosteloze omgeving van de meubelboulevard natuurlijk.

Stedelijk Interieur, 2008, nr. 3.

Terug naar columns