HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Het park

Net als het plein lijkt het park een type openbare ruimte dat al heel lang voorkomt in de stad. Toch bestaan echte 'publieke wandelplaatsen' in Nederland pas sinds de negentiende eeuw. Sterker nog, het begrip openbaar park is eigenlijk met zichzelf in tegenspraak. De middeleeuwse betekenis van het woord park luidde namelijk 'afgesloten stuk grond', denk aan de nevenvorm perk. Het gaat via het Franse parc terug op het middeleeuws-Latijnse parracus, dat 'omheining' betekent en gevormd is uit parra 'paal'.

Dit soort privégronden bevond zich bij kastelen en diende bijvoorbeeld als jacht- of exercitieterrein. In Frankrijk raakten in de loop van de zeventiende eeuw barokke wandeltuinen in de mode, geïnspireerd op de ontwerpen van André Le Nôtre. Een eeuw later lag de Romantiek aan de basis van een geheel ander tuinontwerp: de Engelse landschapsstijl. Dergelijke parken werden steeds vaker toegankelijk voor publiek en vanaf de negentiende eeuw kwamen ze ook in Nederland voor.

Het bekendste park van Nederland, het Amsterdamse Vondelpark, werd vanaf 1868 aangelegd in opdracht van de particuliere 'Vereeniging tot Aanleg van een Rij- en Wandelpark'. Pas in 1953 werd het door J.D. Zocher jr. ontworpen park officieel een openbare voorziening, omdat de vereniging het onderhoud niet langer kon betalen.

In de twintigste eeuw maakte de Engelse landschapsstijl plaats voor een functioneler, rechtlijniger ontwerp. Volgens de modernisten moest het park juist geen afgesloten oase zijn; de hele stad moest in een groot parklandschap veranderen.

Zover is het niet gekomen, maar de meeste parken uit de afgelopen eeuw zijn inderdaad niet meer omheind. Toch worden sommige parken de laatste jaren om beheertechnische redenen weer voorzien van een hek dat 's avonds op slot gaat, zoals bij het Branco van Dantzigpark in Rotterdam-West. Op die manier krijgen dergelijke openbare ruimten een bijzondere status en blijven ze beschermd tegen vandalisme.

Stedelijk Interieur, 2008, nr. 6.

Terug naar columns