HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Het woonerf

Als er één openbare ruimte bedacht is met een jonge doelgroep in het achterhoofd, dan is het wel het woonerf. Dit modewoord uit de jaren zeventig gaat terug op twee oude erfwoorden en doet inmiddels gedateerd aan.

Het woord woonerf is uiteraard samengesteld uit wonen en erf. Wonen hangt samen met het Oudscandinavische una 'tevreden zijn' – je woont dus kennelijk ergens als je er tevreden bent. Erf gaat terug op het Germaanse arbja 'erfenis' en betekent 'stuk privégrond'.

Het openbáre woonerf is eind jaren zestig ontwikkeld, als tegenreactie op de naoorlogse woonwijken waarin de straat door toedoen van de auto zijn sociale functie als ontmoetingsruimte en speelplek verloren had. Het prototype is in 1965 door Niek de Boer ontworpen voor de woonwijk Emmerhout bij Emmen. Hier eindigde de auto-ontsluiting in parkeerplaatsen, die doorliepen in autovrije woonpaden.

Bij de latere woonerven werden autoverkeer en voetgangers juist geïntegreerd. De openbare ruimte werd zo ingericht dat de automobilist stapvoets moest rijden (maximaal 18 kilometer per uur), waardoor kinderen letterlijk vrij spel zouden hebben. De vinding verspreidde zich snel over Nederland en werd tevens veel in het buitenland toegepast – ook in het Engels bestaat het woord woonerf.

Met name in bestaande straten leverde het woonerf echter versnipperde ruimten op, met bloembakken, spoorbielzen en bijzondere bestratingen om het autoverkeer af te remmen. De werkelijke veiligheid van deze woonerven – waar vanachter elke bloembak plotseling een kind kon opduiken – was wellicht niet zo groot als van tevoren gedacht. Ook bleek het beheer van alle inrichtingselementen kostbaar.

Daarom verdween het woonerf halverwege de jaren tachtig naar de achtergrond, om plaats te maken voor de 30-kilometerzone. Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens vermeldt de kortweg met erf aangeduide ruimte echter nog wel, en ook het bekende verkeersbord kan op veel plaatsen nog worden aangetroffen.

Stedelijk Interieur, 2009, nr. 2.

Terug naar columns