HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Het voetgangersgebied

In bijna elke binnenstad zijn de belangrijkste winkelstraten tegenwoordig ontoegankelijk voor auto's en fietsers: het zijn zogenaamde voetgangersgebieden of winkelpromenades.

Het woord promenade 'wandelweg' is in de zeventiende eeuw ontleend aan het Frans. Het is een afleiding van het werkwoord (se) promener 'wandelen'. Promenades werden in eerste instantie aangelegd om te flaneren, bijvoorbeeld langs de Franse boulevards (die soms ook Promenade heten) of de Nederlandse stranden. De samenstelling winkelpromenade duikt voor het eerst op in de Van Dale van 1976.

Niet geheel toevallig staat in diezelfde editie ook de eerste vermelding van de samenstelling voetgangersgebied. Het woord gebied is afgeleid van het werkwoord gebieden: het duidde oorspronkelijk een territorium aan waarin een bepaald gebod gold. In die zin kunnen we het voetgangersgebied nog steeds opvatten: je móét er te voet gaan, voor ander vervoer geldt een verbod.

Dergelijke verboden pasten in de modernistische traditie van functiescheiding. In 1953 werd in Rotterdam de Lijnbaan geopend. Het vernieuwende ontwerp van Van den Broek en Bakema, met zijn brede winkelpromenade, luifels, en toeleveringsstraten aan de achterzijde, kreeg veel navolging, met name in de Verenigde Staten, alwaar het zich ontwikkelde tot de overdekte mall.

Vanaf de jaren zestig was het in veel steden ook hard nodig om belangrijke bestaande straten aantrekkelijker te maken voor winkelend publiek. De eerste straat die om deze reden autovrij werd, was de Strøget in Kopenhagen in 1962. Vanaf 1970 werd de Kalverstraat autovrij, en deze vormt samen met de Nieuwendijk de langste winkelpromenade van Nederland. Overdag functioneren de meeste voetgangersgebieden goed, maar 's avonds is de veiligheid door het gebrek aan autoverkeer en woonfuncties veelal problematisch.

Stedelijk Interieur, 2010, nr. 1.

Terug naar columns