HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Vijver, fontein, wadi

Vanwege de klimaatverandering wordt het steeds belangrijker om in stedelijk gebied voldoende ruimte voor water te creëren. De vijver, de fontein en de wadi zijn hier kleinschalige voorbeelden van.

De woorden vijver en fontein hebben ons beide al in de elfde eeuw bereikt. Aan de basis van fontein ligt het Oudfranse fontaine. Dit woord gaat terug op het Latijnse fontana, een afleiding van fōns 'bron', dat ook de oudste betekenis van fontein is. In 1600 duikt voor het eerst de betekenis van 'buis waaruit water spuit' op. Dergelijke fonteinen werden in parken en monumenten vooral toegepast vanaf de barok. Uiteindelijk is de oorspronkelijke betekenis verdwenen.

Ook vijver gaat (via het Oudfranse viver) terug op het Latijn, op vīvārium, letterlijk een 'plaats waar levende dieren worden gehouden'. De aanvankelijke betekenis was dan ook 'visvijver'. Pas vanaf de zeventiende eeuw werd het woord tevens gebruikt voor andere waterpartijen. Deze waren met name bedoeld ter verfraaiing van tuinen en parken, en werden afhankelijk van de periode aangelegd in strakke of natuurlijke vorm.

De recente vinding van de wadi kent een geheel andere herkomst. Wadi is het Arabische woord voor 'rivier'. Omdat rivieren in het Midden-Oosten vaak droogvallen, duidt het woord vooral droge rivierdalen aan, die alleen in natte periodes volstromen. Precies die eigenschap heeft de moderne wadi ook: het is een lager gelegen vegetatiestrook waarop de daken en straten hun overtollige hemelwater kunnen lozen. In tijden van hevige regenval staat er dus water in de wadi, dat vervolgens kan infiltreren in de bodem of vertraagd kan worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Op die manier hoeft relatief schoon water niet te worden gezuiverd en wordt tevens het grondwater aangevuld.

Stedelijk Interieur, 2010, nr. 2.

Terug naar columns