HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Keuken en kamer

Net zoals de oudste woonhuizen in onze streken niet over ramen beschikten, hadden ze ook geen aparte vertrekken: de prehistorische hallen- en zaalhuizen bestonden uit één langgerekte woonruimte waar mensen en dieren samenleefden. En al was dat laatste rond het jaar 1000 niet langer het geval, in de meeste vroeg-middeleeuwse stadswoningen speelden alle dagelijkse bezigheden zich af in één grote ruimte.

Pas rond 1300 vond een woonverfijning plaats, die zoals we al eerder zagen leidde tot de verplaatsing van het haardvuur naar de zijmuur en dus tot de introductie van de schouw. Om optimaal van het vuur te kunnen profiteren scheidde men in de grote ruimte een apart vertrek rondom de haard af, de zogenaamde binnenhaard. De rest van de woning werd nu voornamelijk gebruikt als werk- en opslagruimte, maar in de comfortabele binnenhaard werd het meeste geleefd en gekookt.

Daarom raakten voor deze ruimte twee 'nieuwe' woorden in zwang, namelijk kamer en keuken. Zo nieuw waren die woorden echter niet, want ze werden al in de derde of vierde eeuw ontleend aan het Latijn. Opnieuw hingen deze ontleningen samen met een importproduct: de Romeinse villa en domus die wel beschikten over meerdere vertrekken.

Een algemene naam hiervoor was camera, dat op zijn beurt ontleend is aan het Griekse kamára met als betekenis 'gewelf, overdekking'. Veel Romeinse vertrekken hadden een specifieke functie, maar het atrium en het cubiculum sloegen hier niet aan.

Een ruimte die wel werd overgenomen was de cocina, het kookvertrek. Dit Volkslatijnse woord ontwikkelde zich naast het klassiek-Latijnse culīna, dat nog doorklinkt in ons Franse leenwoord culinair. De benaming gaat terug op het werkwoord coquere, tevens het bronwoord van ons koken. (Dat cocina in keuken kon veranderen werd veroorzaakt door het taalkundige verschijnsel umlaut, waarbij de o onder invloed van de erachter gelegen i kon veranderen in een eu, denk aan de Duitse ö.)

Kamer en keuken kwamen dan wel vroeg in onze taal terecht, onze voorouders hielden na het vertrek van de Romeinen rond 400 zoals gezegd vast aan hun woningen van één ruimte. Het is dan ook de vraag hoe beide woorden al die tijd konden 'overwinteren', tot aan de introductie van dergelijke ruimten in de stadswoningen van de late middeleeuwen. Het antwoord leest u in de volgende editie.

Herenhuis, 2010, nr. 5.

Terug naar columns