HomeBoekenArtikelenColumnsOnderzoekLinksBioContact

Columns

Land en water 1

Omdat veel openbare ruimten in Nederland niet losgezien kunnen worden van hun ondergrond, wordt in drie columns aandacht besteed aan verschillende landschapsbegrippen.

Rond 800 was het Nederlandse landschap nog nauwelijks door de mens beïnvloed. In het westen vormden de door opgewaaid zand ontstane duinen een bijna gesloten kustlijn. Het woord zand betekent oorspronkelijk 'wat verbrijzeld is'; duin is waarschijnlijk een voor-Indo-Europees woord met als grondbetekenis 'stuiven'. Beide woorden zien we ook in plaatsnamen.

In het noorden lag een uitgestrekt waddengebied met daarachter kwelders. Wad hangt samen met (door)waden en duidt eigenlijk 'droogvallend land' aan (waddenzee is een leenvertaling van het Duitse Wattenmeer). Een kwelder is letterlijk 'land dat uit het water omhoogkomt', een afleiding van kwellen 'opwellen' (denk aan het Duitse Quelle 'bron').

Achter de kuststrook bevond zich aan het begin van de middeleeuwen een divers, drassig gebied van laag- en hoogveen, in het oosten op de uitgestrekte, hoger gelegen zandgronden. Het woord veen viel oorspronkelijk samen met ven en betekende 'moeras'; pas na 1100 ontstonden de afzonderlijke betekenissen 'drassige grond' en 'meertje'.

Rondom de grote rivieren lagen kleigronden, en ook in de noordelijke kustzone en in het deltagebied van de Schelde had zich klei afgezet op het veen. De benaming klei voor 'natte grond' hangt niet voor niets samen met het woord kleven.

Twee grondsoorten hadden rond 800 minder met de overvloedige aanwezigheid van water te maken, maar juist met de gletsjers die Nederland in de ijstijden hadden bereikt: keileem met zwerfkeien in het noorden (bijvoorbeeld op Texel), en het vruchtbare löss in het huidige Zuid-Limburg (op het daar aanwezige heuvellandschap). Net als alle andere hierboven gecursiveerde woorden is ook leem (verwant met lijm) een oud erfwoord. Alleen löss is van Duitse oorsprong, maar wel verwant met ons woord los (het is namelijk een 'losse' grondsoort).

Stedelijk Interieur, 2011, nr. 3.

Terug naar columns